Oordelen

De TU Delft maakt geen verboden onderscheid op grond van geslacht bij de werving en selectie van wetenschappelijk personeel.

Oordeelnummer 2012-195
18-12-2012
Geslacht
lees verder

Samenvatting

Situatie

Een mannelijke wetenschapper is op zoek naar een tenure track positie. Hij komt als man niet in aanmerking voor een van de tien tenure track posities die onder het Delft Technology Fellowship (DTF) zijn opengesteld. De TU Delft heeft dit speciale programma in het leven geroepen om het aandeel vrouwelijke wetenschappers in haar wetenschappelijke staf te vergroten. De man stelt dat dit discriminatie op grond van geslacht oplevert. De TU Delft acht deze maatregel noodzakelijk, omdat andere maatregelen om meer vrouwelijke wetenschappers aan te trekken geen of onvoldoende resultaat hebben gehad. De achterstand van vrouwelijke wetenschappers aan de TU Delft is zo groot dat een buitengewone tijdelijke voorkeursmaatregel als deze nodig is. De vrouwen die op deze manier worden aangesteld dragen bij aan het vergroten van de diversiteit binnen de TU Delft en dienen als rolmodel voor toekomstige vrouwelijke studentes en wetenschappers.

Oordeel College

Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat de Technische Universiteit (TU) Delft jegens de man geen verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de werving en selectie.
Toelichting

De TU Delft heeft direct onderscheid op grond van geslacht gemaakt door mannen uit te sluiten van de posities onder het DTF. De vraag is of in deze zaak met succes een beroep is gedaan op de wettelijke uitzondering van voorkeursbeleid. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) is een strikt toetsingskader ontwikkeld voor dit soort voorkeursmaatregelen. Zo heeft het HvJEU bepaald dat voorkeursmaatregelen die inhouden dat mannen zijn uitgesloten van een sollicitatieprocedure niet toelaatbaar zijn. Het College heeft eerder geoordeeld dat het onder uitzonderlijke omstandigheden denkbaar is dat zo’n maatregel toch toelaatbaar is. In de voorliggende zaak rijst de vraag of van zulke uitzonderlijke omstandigheden sprake is. Het College oordeelt dat dit het geval is en vindt daarbij het volgende van belang.

Het is komen vast te staan dat er bij de TU Delft sprake is van een ernstige en hardnekkige achterstand van vrouwelijke wetenschappers in relatie tot het beschikbare aanbod, die groter wordt naarmate het gaat om hogere wetenschappelijke posities. De TU Delft heeft een groot aantal maatregelen genomen om de achterstand te verkleinen, waaronder het vrouwvriendelijker maken van wervingsprocedures, maar dit heeft tot nu toe te weinig effect gehad. De maatregel ziet slechts op tien posities op een totaal aantal van circa 1000 wetenschappelijke posities. Het probleem van de hardnekkige achterstand is vooral cultureel van aard en kan niet alleen met procedurele maatregelen worden doorbroken. Voorts is van belang dat de Europese wetgeving is veranderd sinds het HvJEU zijn arresten wees. Nu wordt niet meer getoetst of met de maatregel wordt beoogd gelijke kansen te creëren, maar of de maatregel noodzakelijk is om volledige gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de praktijk te verzekeren. Ook is de positie van vrouwen in de hogere regionen van het beroepsleven niet aanmerkelijk verbeterd in de jaren na de arresten. Gelet op deze omstandigheden komt het College tot het oordeel dat het toelaatbaar is dat de TU Delft de posities alleen voor vrouwen heeft opengesteld en dat deze maatregel in redelijke verhouding staat tot het doel ervan.


 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: