Oordelen

Bij afwijzing homoseksuele sollicitant is verwezen naar ‘homo-achtig’ gedrag.

Oordeelnummer 2010-137
16-09-2010
lees verder

Samenvatting

 

Een homoseksuele man solliciteert bij een orthopedagogische praktijk. In het kader van de sollicitatie neemt de man vervolgens deel aan een weekend voor kinderen dat de praktijk organiseert. Na het weekend wordt de man afgewezen voor de functie. De man stelt dat dit is gebeurd vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. In een evaluatiegesprek dat hij na afloop van het weekend met de praktijk heeft gevoerd, zou onder andere tegen hem zijn gezegd: “Je kunt gewoon zien dat je homo bent, niet overdreven, maar je ziet het wel en ik merk dat anderen daar veel moeite mee hebben”. De praktijk heeft aangegeven dat de man is afgewezen vanwege zijn te softe aanpak van kinderen die structuur nodig hebben. Zijn homoseksualiteit is enkel ter sprake gekomen nadat uitvoerig uitleg is gegeven over waarom hij niet geschikt is voor de functie, aldus de praktijk. Ter zitting erkent de praktijk dat in het evaluatiegesprek tegen de man is gezegd dat zijn houding heel erg homo-achtig overkomt.  De Commissie oordeelt op grond hiervan dat sprake is van een vermoeden dat dit een rol heeft gespeeld bij de afwijzing. De praktijk heeft vervolgens niet bewezen dat dit niet het geval is geweest.  Verboden onderscheid. 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: