Oordelen

Yoga-vereniging maakt verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit door aan examenkandidaten de eis te stellen dat zij in Nederland woonachtig moeten zijn.

Oordeelnummer 2009-33
27-04-2009
Nationaliteit, Ras

Volledig oordeel

Oordeel

2009-33

Datum: 27 april 2009

Dossiernummer: 2008-0368

 

 

op het verzoekschrift van 17 oktober 2008 van

. . . .

gevestigd te . . . ., verzoekster

vertegenwoordigd door . . . ., voorzitter en . . . ., bestuurslid

Oordeel omtrent eigen handelen

 

1 Procesverloop

1.1 Bij het voornoemde verzoekschrift heeft verzoekster de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, gevraagd te onderzoeken of zij onderscheid maakt op grond van nationaliteit en/of ras en haar oordeel daaromtrent kenbaar te maken.

1.2 Verzoekster heeft de Commissie desgevraagd aanvullende informatie gestuurd.

1.3 De Commissie heeft verzoekster in de gelegenheid gesteld de standpunten op een zitting van 2 maart 2009 mondeling nader toe te lichten.

2 Feiten

2.1 Verzoekster is een landelijke vereniging op het gebied van een specifiek soort yoga.

2.2 Met betrekking tot het doel van verzoekster is in artikel 2 van haar statuten het volgende opgenomen:

“De vereniging heeft ten doel:

1. Het uitdragen van de leer van […] en het handhaven van de door hem gestelde onderwijsnorm.

2. Het bieden van voorzieningen voor het geven van onderricht in de grondbeginselen van de Yoga zoals die zijn bepaald door […].

3. Het bevorderen van onderwijs in de leerstellingen van de klassieke yoga wetenschap op basis van de meest strikte normen voor gedrag en dienstbaarheid aan anderen;

4. Het (helpen) organiseren van demonstraties, bijeenkomsten, conventies, lezingen en cursussen op her gebied van yoga.

5. Het steunen van de doelstellingen van de […], zoals omschreven in het huishoudelijk reglement.

6. Het bevorderen van de communicatie, verstandhouding en verbondenheid tussen beoefenaars van […] yoga in Nederland en in andere delen van de wereld.

7. De vereniging in Nederland is verantwoordelijk voor de opleiding en examinering van mensen met het oog op het behalen van een lerarencertificaat en voor de uitreiking van certificaten zoals bepaald in het huishoudelijk reglement. De certificaten worden uitgegeven door het […] en blijven eigendom van de vereniging.

8. Het bijhouden van een landelijke lijst van erkende […] yogaleraren.

9. Het bijhouden van een landelijke lijst van erkende […] yogaleraren die anderen opleiden tot […] yogaleraar.

10. Het uitgeven van een tijdschrift en/of andere publicaties.

11. Het bevorderen van studie en onderzoek naar en de toepassing van de genezende effecten van Iyengar yoga met als doel het vergroten van het algemene geestelijke en spirituele welzijn; het publiceren van relevante resultaten van onderzoek op dat gebied.

12. Het leggen en onderhouden van contacten met […] instituten en groepen in Nederland en daarbuiten.

13. Het aannemen van personeel, het verwerven van register- en andere goederen en het aangaan van geldleningen.

14. Het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.”

2.3 Verzoekster heeft gewone leden, lerarenleden en ereleden. Verzoekster had ten tijde van de behandeling van het verzoek ongeveer 100 gewone leden en 80 lerarenleden. Volgens de statuten van verzoekster, artikel 4, kan iedereen die in Nederland […] yoga beoefent, na acceptatie door het bestuur, lid worden van verzoekster. Een leraarlid kan worden toegelaten als hij in het bezit is van een geldig certificaat en gerechtigd is het […] Yoga Certificatie Merk (hierna: Certificatie Merk) te gebruiken. Het certificaat en het Certificatie Merk worden verstrekt door respectievelijk de Examen & Opleiding Commissie en de Ethische & Certificatie Commissie van verzoekster of door het […] Yoga Institute te Poona, India (hierna: het Instituut).

2.4 Artikel I, onderdeel 3, van bijlage C, bij het Huishoudelijk Reglement van verzoekster bepaalt dat een certificaat, dat verschillende niveaus kent, kan worden verkregen door het afleggen van een examen bij verzoekster of op aanbeveling van verzoekster of van het Instituut. Artikel VII, onderdeel b, van bijlage C bepaalt ten aanzien van examen-kandidaten het volgende:

“De examenkandidaat moet woonachtig zijn in Nederland. Van hem / haar kan worden verlangd een uittreksel uit de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens te overleggen. Voor kandidaten afkomstig uit landen zonder vaste Commissie Examen & Opleiding Commissie kan van bovengenoemde regel worden afgeweken.”

2.5 Ter zitting heeft verzoekster toegelicht dat alle […] yoga verenigingen ter wereld de in artikel VII, onderdeel b, van bijlage C opgenomen ingezeteneneis voor examen-kandidaten hanteren en is opgesteld door hun leider. Tevens heeft verzoekster toegelicht dat het in overweging 2.3 genoemde Certificatie Merk een kwaliteitsmerk is dat een leraarlid kan verkrijgen door het afsluiten van een licentieovereenkomst met verzoekster.

2.6 Verzoekster dient thans een verzoek in bij de Commissie, omdat zij met regelmaat vragen krijgt van lerarenleden of het mogelijk is dat hun cursisten, die in Nederland les volgen maar hier niet woonachtig zijn, in afwijking van de ingezeteneneis toch hier examen kunnen doen.

3 Beoordeling van het verzoek

3.1 Ter beoordeling ligt de vraag voor of verzoekster onderscheid op grond van nationaliteit en/of ras maakt door te bepalen dat uitsluitend kandidaten die in Nederland woonachtig zijn examens mogen afleggen bij verzoekster.

Bevoegdheid Commissie Gelijke Behandeling

3.2 Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) is het onder meer instellingen die werkzaam zijn op het gebied van welzijn verboden onderscheid te maken bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten. Met de term instelling wordt gedoeld op organisatorische verbanden die in de samenleving als eenheid optreden en die niet kunnen worden geacht een beroep of bedrijf uit te oefenen. Het begrip welzijn heeft, blijkens de parlementaire geschiedenis van de wet, onder andere betrekking op het terrein van de sport (Kamerstukken II 1990/91, 22 014, nr. 3, p. 21).

Verzoekster is een vereniging die activiteiten ontplooit om yoga te bevorderen en daarbij bepaalde voorzieningen biedt. Alhoewel yoga niet door iedereen wordt gezien als een sport, meent de Commissie dat yoga in ieder geval onder het ruimere begrip ‘welzijn’ in de zin van artikel 7 AWGB gevat kan worden.

3.3 Het verbod om onderscheid te maken bij het aanbieden van goederen en diensten, zoals verwoord in artikel 7 AWGB, geldt in beginsel ook voor verenigingen. De Commissie heeft echter eerder geoordeeld dat de grondwettelijk gewaarborgde verenigingsvrijheid maakt dat niet alle handelingen onder de reikwijdte vallen van de gelijkebehandelings-wetgeving. De Commissie is daarom niet bevoegd om over alle interne verenigings-rechtelijke kwesties te oordelen (CGB 21 december 2006, 2006-258).

3.4 Wanneer een vereniging in verenigingsverband goederen en diensten aanbiedt, is de vraag relevant of van die goederen en diensten slechts gebruik kan worden gemaakt door leden of dat dit ook geldt voor anderen. In dat laatste geval gaat het feitelijk om een openbaar aanbod en is de rechtsvorm van de aanbieder irrelevant. De verenigings-vrijheid is in dergelijke situaties niet in geding. Artikel 7 AWGB is zonder meer van toepassing. In het onderhavige geval blijkt uit de informatie op de website van verzoekster dat alleen leden van de vereniging examens kunnen afleggen. Van een openbaar aanbod, ook aan niet-leden, is in het onderhavige geval dan ook geen sprake.

3.5 De toegang tot de goederen of diensten - in het voorliggende geval meer specifiek het kunnen afleggen van examens – is afhankelijk van het lidmaatschap en dan is het verenigingskarakter van de aanbieder wel relevant. Verenigingen hebben immers het recht zelf te bepalen wie zij ‘erbij willen hebben’. Om te beoordelen of de vrijheid van de vereniging in kwestie in het gedrang komt wanneer de beperkende eis ten aanzien van de examens niet zou mogen worden gesteld in verband met de eisen die de gelijkebehandelingswetgeving stelt, moet worden bezien hoe die beperkende eis zich verhoudt tot het doel van de vereniging. Als de uitsluiting van examenkandidaten die niet in Nederland woonachtig zijn samenhangt met het doel van de vereniging, is het verenigingsrecht in geding.

3.6 De mogelijkheid om kandidaten uit te sluiten van een examen valt volgens verzoekster onder de vrijheid van een vereniging om intern regels te stellen. Verzoekster wil benadrukken dat zij geen onderscheid maakt op grond van nationaliteit, maar uitsluitend op grond van woonplaats.

3.7 De Commissie oordeelt dat uit de statuten niet kan worden afgeleid dat examen-kandidaten die niet in Nederland wonen dienen te worden uitgesloten van het examen. Uit artikel 2 van de statuten van verzoekster blijkt dat het doel van de vereniging in het teken staat van het uitdragen van de leer van de leider. In dat kader wordt onder andere onderwijs geboden, activiteiten georganiseerd op het gebied van […] yoga, contacten onderhouden met beoefenaars van […] yoga in Nederland en in andere delen van de wereld, wordt een lijst met erkende […] yogaleraren bijgehouden en worden publicaties uitgegeven. Verzoekster heeft niet gemotiveerd kunnen aangeven in welke zin er een samenhang bestaat tussen het statutaire doel en de uitsluiting van examenkandidaten die niet in Nederland woonachtig zijn. Het is de Commissie ook anderszins niet gebleken dat de ingezeteneneis voor examenkandidaten nodig is voor de verwezenlijking van het statutaire doel van verzoekster.

De Commissie oordeelt daarom dat het uitsluiten van niet-ingezetenen van Nederland van examinering niet valt onder de verenigingsvrijheid en dat de Commissie derhalve bevoegd is een oordeel te geven over de vraag of de uitsluiting in strijd is met de gelijkebehandelingswetgeving.

Onderscheid

3.8 In het voorliggende geval wordt de eis gesteld dat een examenkandidaat ingezetene moet zijn van Nederland. Nu deze eis geen rechtstreekse verwijzing naar ras of nationaliteit bevat, wordt geen direct onderscheid op grond van ras of nationaliteit gemaakt.

3.9 Het begrip ras, zoals opgenomen in de AWGB, dient overeenkomstig het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie en vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, eveneens ruim te worden uitgelegd en omvat tevens: huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming (Kamerstukken II 1990/91,

22 014, nr. 3, p. 13 en HR 15 juni 1976, NJ 1976, 551, m.nt. Van Veen). In eerdere oordelen heeft de Commissie geoordeeld dat het ingezetenenvereiste indirect

onderscheid op grond van zowel ras (zie CGB 20 oktober 2008, 2008-122) als nationaliteit (zie CGB 31 januari 2001, 2001-17) oplevert, omdat personen van niet-Nederlandse afkomst en/of nationaliteit eerder door deze eis worden getroffen dan personen met een Nederlandse nationaliteit en/of afkomst. Dat betekent dat de eis dat de examenkandidaat ingezetene van Nederland moet zijn, leidt tot indirect onderscheid naar ras en nationaliteit.

3.10 Op grond van artikel 2, eerste lid, AWGB kan het maken van indirect onderscheid onder omstandigheden zijn gerechtvaardigd. In dat geval dient de partij die mogelijk onderscheid heeft gemaakt feiten aan te dragen ter rechtvaardiging hiervan. Of in een concreet geval sprake is van een objectieve rechtvaardiging moet worden nagegaan aan de hand van een beoordeling van het doel van het onderscheid en het middel dat ter bereiking van dit doel is ingezet. Het doel dient legitiem te zijn, in de zin van voldoende zwaarwegend dan wel te beantwoorden aan een werkelijke behoefte. Een legitiem doel vereist voorts dat er geen sprake is van een discriminerend oogmerk. Het middel dat wordt gehanteerd moet passend en noodzakelijk zijn. Een middel is passend indien het geschikt is om het beoogde doel te bereiken. Het middel is noodzakelijk indien het doel niet kan worden bereikt met een middel dat niet leidt tot onderscheid, althans minder bezwaarlijk is, en het middel in evenredige verhouding staat tot het doel.

Pas als aan al deze voorwaarden is voldaan levert het indirecte onderscheid geen strijd op met de gelijkebehandelingswetgeving.

3.11 Verzoekster heeft over het doel van de ingezeteneneis het volgende gesteld. Haar vereniging maakt deel uit van een wereldwijd netwerk van […] yogaverenigingen. Met uitsluiting van examenkandidaten die niet in Nederland woonachtig zijn, beoogt verzoekster de onderlinge verhoudingen tussen de verenigingen in de verschillende landen zuiver te houden. Door in hun woonland examen te doen, ook al hebben ze hun opleiding in Nederland gedaan, worden aankomende leraren bekend, gezien en getoetst op hun beoefening en hun lesgeefkwaliteiten door de vereniging en examencommissie in dat land, dat verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de leraren die in dat land les geven. Ratio van de regel is dat leraren binding hebben met de vereniging in het woonland.

De ingezeteneneis heeft ook als doel om te voorkomen dat kandidaten examen doen in een ander land dan waar ze wonen, bijvoorbeeld omdat zij in dat andere land iemand kennen en menen dat het daarom makkelijker is om daar examen te doen. Het is dus ook bedoeld om misbruik en scheve verhoudingen tussen de verenigingen onderling te voorkomen.

3.12 De Commissie begrijpt uit het door verzoekster gestelde dat de ingezeteneneis voor examenkandidaten ten doel heeft de kwaliteit van de […] yogaleraren die in Nederland lesgeven te bewaken en de binding met deze beroepsgroep te bewerkstelligen. Dit doel heeft geen discriminerend oogmerk en voldoet aan een werkelijke behoefte. Het doel is daarmee legitiem.

3.13 Ten aanzien van de geschiktheid van het middel overweegt de Commissie als volgt.

Verzoekster heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat de ingezeteneneis alleen geldt voor examenkandidaten en niet voor lerarenleden of gewone leden. Leraren die gevestigd zijn in het buitenland kunnen lesgeven in Nederland, mits ze lid zijn van verzoekster, beschikken over een certificaat en een Certificatie Merk. Om over het Certificatie Merk te kunnen beschikken en het te kunnen behouden, is permanente bijscholing vereist, in Nederland of in het buitenland. Voorts heeft verzoekster verklaard dat de kwaliteitseisen die worden gesteld aan […] yogaleraren overal ter wereld hetzelfde zijn.

3.14 De Commissie oordeelt dat de ingezeteneneis voor examenkandidaten geen geschikt middel is om het doel te bereiken. Het middel richt zich niet op de juiste doelgroep. Het doel, te weten het bewaken van de kwaliteit en het bewerkstelligen van binding van de […] yogaleraren, wordt niet bereikt door een eis te stellen aan een andere doelgroep, te weten de examenkandidaten. De Commissie constateert dat er geen aantoonbaar verband is tussen een ingezeteneneis voor examenkandidaten en het bewaken van de kwaliteit van en binding bewerkstelligen met de […] yogaleraren. Het stellen van de ingezeteneneis aan de examenkandidaten is op grond van het voorgaande niet geschikt om het doel te bereiken.

3.15 De Commissie overweegt ten overvloede dat het middel evenmin noodzakelijk is om het doel te bereiken. Verzoekster hanteert al verschillende instrumenten waarmee de kwaliteit van de beroepsgroep op objectieve wijze wordt bewaakt en binding met de leraren wordt bewerkstelligd, te weten dat […] yogaleraren moeten beschikken over een certificaat en een Certificatie Merk. Daarnaast heeft verzoekster een onafhankelijke examencommissie en zijn er uniforme exameneisen in de verschillende landen die de kwaliteit kunnen waarborgen. Binding met de (aankomende) leraren ontstaat ook wanneer zij in Nederland een opleiding volgen of lesgeven, maar hier niet woonachtig zijn. Het stellen van een ingezeteneneis aan examenkandidaten is naar het oordeel van de Commissie dan ook niet noodzakelijk.

3.16 Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het indirecte onderscheid, dat door de ingezeteneneis voor examenkandidaten wordt gemaakt, niet objectief gerechtvaardigd is.

4 Oordeel

De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat . . . . verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit maakt door aan examenkandidaten de eis te stellen dat zij in Nederland woonachtig moeten zijn.

Aldus gegeven te Utrecht op 27 april 2009 door mr. D. Ghidei, voorzitter,

mr. C.A. Goudsmit en mr. dr. H.K. Fernandes Mendes, leden van de Commissie Gelijke Behandeling, in tegenwoordigheid van mr. A.H. Pranger, secretaris.

 

 

mr. D. Ghidei 

mr. A.H. Pranger

namens deze,

mr. C.A. Goudsmit 

 

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel

Dictum: