Oordelen

Criterium 'haardracht' indirect onderscheidend naar ras

Oordeelnummer 2002-122
Ras
lees verder

Samenvatting

Verzoeker is van Surinaamse afkomst en heeft kroeshaar. Verweerder exploiteert een cateringbedrijf, dat in opdracht van anderen werkt. Verweerder werft een deel van zijn personeel via een uitzendbureau. Binnen korte tijd is verzoeker twee keer door het uitzendbureau uitgezonden om voor verweerder bij dezelfde opdrachtgever te werken. Beide keren werd verzoeker door verweerder naar huis gestuurd vanwege zijn haardracht (afro-kapsel respectievelijk platte vlechten). Verzoeker heeft hierover niet bij verweerder geklaagd, maar wel navraag gedaan bij het uitzendbureau, dat hierover na de eerste afwijzing &#233&#233n keer contact heeft gehad met verweerder.

Hoewel het criterium haardracht niet rechtstreeks verwijst naar etnische afkomst, is het kroeshaar van verzoeker in sterke mate bepalend voor de wijze waarop hij zijn haar draagt. Derhalve is er sprake van indirect onderscheid. Verweerder heeft verklaard dat, voor zover het gaat om uiterlijke kenmerken, slechts eisen van representativiteit een rol mogen spelen. Hoewel eisen van representativiteit in zichzelf een legitiem doel vormen, staat vast dat verweerder deze eisen niet heeft vastgelegd. Daarmee wordt de beoordeling subjectief en ontstaat het risico van indirect onderscheid. De Commissie constateert dat het middel niet passend is, en het onderscheid derhalve niet objectief is gerechtvaardigd.

Ongeoorloofd indirect onderscheid op grond van ras.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel