Oordelen

Geen onderscheid naar geslacht bij werving en selectie

Oordeelnummer 2000-38
Geslacht
lees verder

Samenvatting

Verzoekster is van mening dat de Minister van Defensie bij de werving en selectie voor functies aan boord van onderzeeboten en het Korps Mariniers onderscheid naar geslacht maakt. De wederpartij stelt dat voor functies bij het Korps Mariniers slechts weinig vrouwen aan de selectievoorwaarden kunnen voldoen, waardoor zij samen met mannen in gevechtseenheden moeten opereren. Dit kan leiden tot verstoring van de operationele inzet. Aan boord van onderzeeboten leidt, volgens de wederpartij, een gemengde bemanning eveneens tot verstoring van de operationele inzet, vanwege de beperkte ruimte en het gebrek aan gescheiden sanitaire voorzieningen.

De Commissie oordeelt dat de wederpartij zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat, gelet op de aard en de voorwaarden waaronder de activiteiten worden verricht, de beroepsactiviteiten aan boord van onderzeeboten en bij het Korps Mariniers geslachtsbepaald zijn.

Daarbij overweegt de Commissie dat de functies aan boord van onderzeeboten mogelijk niet meer als geslachtsbepaald kunnen worden aangemerkt, indien reeds bij de bouw rekening wordt gehouden met gescheiden (sanitaire) voorzieningen voor mannen en vrouwen.

De Commissie overweegt voorts dat de wederpartij voor functies bij het Korps Mariniers lichaamskracht en uithoudingsvermogen niet als doorslaggevend criterium hanteert om vrouwen uit te sluiten. De Commissie acht de interpretatie die de wederpartij aan artikel 5 lid 3 WGB en artikel 1 onder i van het Besluit heeft gegeven, eveneens in overeenstemming met de betekenis van artikel 11 lid 1 aanhef en onder a, b en c van het VN-Vrouwenverdrag.

De Commissie oordeelt dat in de brochure van de wederpartij voldoende wordt aangegeven waarom vrouwen voor betreffende beroepsactiviteiten worden uitgesloten en derhalve wordt voldaan aan art 3 lid2 WGB.

Geen strijd met de wet.

Grond:

Terrein:

Trefwoord:

Wetsartikel