Publicaties

Discriminatie? Op zoek naar onderliggende mechanismen

Samenvatting

Uit onderzoek van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) blijkt dat verschillende mechanismen een rol spelen bij het ontstaan en in stand houden van discriminatie binnen De Haagse Hogeschool. Zowel allochtone als autochtone studenten en docenten blijken (stelselmatig) discriminatie te ervaren. Het onderzoek geeft inzicht in de onderliggende mechanismen die discriminatie in de hand werken én biedt handvatten hoe deze aan te pakken.

 

Het college van bestuur van De Haagse Hogeschool onderschrijft de conclusies en heeft toegezegd de aanbevelingen op te volgen.

 

Discriminatiemechanismen

Aanleiding voor het onderzoek vormden meerdere klachten bij de CGB tegen De Haagse Hogeschool. Met dit zogeheten onderzoek uit eigen beweging wilde de CGB mogelijke patronen binnen de hogeschool en de mechanismen die hiertoe leiden in kaart brengen. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau De Beuk en richtte zich op de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD). De opleiding Commerciële Economie (CE) vormde een controlegroep. De geconstateerde discriminatiemechanismen doen zich voor in de bredere context van de Nederlandse samenleving, binnen de hogeschool als geheel en – in verschillende mate – binnen de opleidingen.

  • in de Nederlandse samenleving

    Zowel allochtone als autochtone betrokkenen ervaren – in meer of mindere mate – een negatieve doorwerking van de verscherping in het maatschappelijk debat over etniciteit en religie. Daarnaast speelt het taboe op het benoemen van discriminatie. Dit vertaalt zich in bepaalde reactiepatronen als de term discriminatie valt (ontkenning, verkeerd begrijpen, afdoen als gelegenheidskwesties) wat een adequate behandeling ervan lastig maakt. Dat speelt temeer als een groeiende diversiteit in de studentenpopulatie extra vaardigheden vereist van docenten.

  • binnen De Haagse Hogeschool

    De hogeschool draagt al jaren actief een diversiteitsbeleid uit. Een effectieve doorvertaling naar de dagelijkse lessituatie ontbreekt echter bij beide onderzochte opleidingen. Deze discrepantie tussen de ervaringen op de werkvloer en de optimistische boodschap op organisatieniveau bood onvoldoende bescherming en hield onvoldoende rekening met ontstane gevoelens. Hierdoor kon een voedingsbodem voor discriminatie ontstaan en voortbestaan en werd het onderwerp haast onbespreekbaar.

  • binnen MWD

    De MWD opleiding kenmerkt zich door de specifieke combinatie van normatieve vakinhoud (hoe zaken ‘horen’ binnen de samenleving) en een cultuur waarin bij discussies zowel docenten als studenten zich soms persoonlijk gekwetst voelen door de opvattingen van anderen. Een gebrek aan sturing en de ruimte die medewerkers nemen om naar eigen inzicht met spelregels en procedures om te gaan, schept ruimte voor discriminatie en de beleving van discriminatie.

 

Deze mechanismen vertonen een sterke onderlinge samenhang en zijn niet los van elkaar te bezien. De specifieke combinatie van de geconstateerde mechanismen maakt dat er bij MWD sprake is van stelselmatige discriminatie. Bij CE beperkte discriminatie zich tot incidenten. Op organisatieniveau bood de hogeschool te weinig bescherming.

 

Spraakverwarring

Naast de genoemde discriminatiemechanismen speelt ook spraakverwarring een rol in de ontstane situatie binnen de hogeschool. Medewerkers en studenten hanteren verschillende invullingen van het begrip discriminatie en beoordelen daarmee eenzelfde situatie of opmerking dan ook anders. Dat heeft ertoe geleid dat in sommige gevallen autochtone medewerkers en leerlingen zich onterecht beschuldigd voelen van discriminatie. Voor allochtone medewerkers en leerlingen geldt dat zij onvoldoende erkenning krijgen voor wat zij als discriminatie ervaren.

 

Betekenis onderzoeksuitkomsten voor De Haagse Hogeschool

De hogeschool voert een diversiteitsbeleid dat niet voldoende effectief is gebleken. Zeker gezien het complex aan discriminatiemechanismen was dat ook niet gemakkelijk. Het ontslaat de hogeschool echter niet van haar zorgplicht als werkgever en onderwijsaanbieder. Dit onderkent het bestuur van de hogeschool die constructief en actief heeft meegewerkt aan het onderzoek. Zij herkent zich in de conclusies en heeft de aanbevelingen inmiddels opgenomen in een (concept) actieprogramma. Door het bloot leggen van de genoemde mechanismen is er nu zicht op de oorzaken, waardoor een effectiever aanpak van discriminatie mogelijk is.

 

Meerwaarde onderwijsveld

De voorgenomen maatregelen van de hogeschool zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de CGB, die de komende jaren dit proces binnen de school op afstand zal blijven volgen. De ervaringen in dit onderzoekstraject zijn voor de CGB aanleiding om in gesprek te gaan met het onderwijsveld. Doel is de opgedane expertise breed te delen.