Publicaties

2007/05: Advies inzake leeftijdsonderscheid in sociale plannen

Samenvatting

De CGB krijgt sinds de invoering van de WGBL in mei 2004 met enige regelmaat verzoeken om oordelen met betrekking tot leeftijdsgrenzen in sociale plannen, Het gaat zowel om verzoeken over eigen handelen als verzoeken van individuele werknemers. Werknemers vragen zich af of het terecht is dat oudere of jongere collega’s andere of betere aanspraken kunnen ontlenen aan die plannen. Bij de behandeling van de verzoeken is gebleken dat bij het opstellen van sociale plannen weinig of geen aandacht is besteed aan het gebruikte leeftijdsonderscheid en de redenen daarvoor. Als de vraag wordt gesteld in hoeverre leeftijdsgrenzen in sociale plannen zijn toegestaan, komen de opstellers van sociale plannen regelmatig tot de conclusie dat zij in het duister tasten.

 

Gelet hierop en gegeven de taak van de CGB een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van gelijkebehandelingsregels, waaronder de WGBL, en het bewustzijn ervan, is er aanleiding algemene lijnen te formuleren waarlangs de CGB leeftijdsgrenzen in sociale plannen zal beoordelen. Deze lijnen, grotendeels ontleend aan de inmiddels door de CGB gegeven oordelen, zijn neergelegd in het onderhavige advies.1 Het is opgesteld ten behoeve van professionals die zich met de totstandkoming en toepassing van sociale plannen bezighouden. Tijdens de voorbereiding van dit advies, is de vraag gesteld of het een goed moment is een advies uit te brengen over leeftijdsonderscheid in sociale plannen, gegeven het feit dat ter discussie staat welke betekenis het ontslagrecht heeft voor de bevordering van de arbeidsparticipatie. De CGB is zich ervan bewust dat de onderwerpen die in dit advies aan de orde komen, raakvlak hebben met die discussie. Dit laat echter onverlet dat er in de praktijk behoefte blijkt te bestaan aan algemene lijnen voor het al dan niet hanteren van leeftijdsonderscheid in sociale plannen in welke behoefte het advies beoogt te voorzien.