Publicaties

2007/08: Advies inzake uiterlijke verschijningsvormen politie "Pluriform uniform?"

Samenvatting

De Commissie Gelijke Behandeling schetst in dit advies een juridisch toetsingskader en formuleert de bijbehorende criteria aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of kledingvoorschriften die gelden voor alle politiefunctionarissen met functionele publiekscontacten, in overeenstemming zijn met de waarborgen die liggen besloten in de wetgeving gelijke behandeling.

 

Dit advies volgt op een verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om na te gaan hoe het beginsel van ‘life style-neutraliteit’ zich verhoudt tot de bepalingen in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).

 

De voorgelegde vraag raakt rechtstreeks aan de bescherming van grondrechten, meer in het bijzonder het verbod van discriminatie en de godsdienstvrijheid. Grondrechten beogen te verzekeren dat eenieder op voet van gelijkheid kan deelnemen aan het maatschappelijk leven, waaronder aan het arbeidsproces. Die deelname aan het arbeidsproces kan tegelijkertijd impliceren dat het volle genot van grondrechtelijk beschermde belangen wordt beperkt. In een pluriforme, op grondrechten gebaseerde samenleving, zoals de Nederlandse, dient kritisch te worden getoetst of het beperken van de arbeidskansen vanwege het discriminatieverbod of de godsdienstvrijheid beschermde criteria rechtens noodzakelijk is.

 

Bij de uiteindelijke beoordeling van deze vraag komt iedere staat een bepaalde beoordelingsvrijheid toe. Het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel hebben in de AWGB uitwerking gevonden via het verbod van onderscheid. De AWGB, die zich in het bijzonder op de horizontale relaties richt, verbiedt het maken van direct en indirect onderscheid bij diverse aspecten van de arbeid onder meer vanwege godsdienst.